Tegelijk zorgen dezelfde knelpunten die regio's al jaren signaleren, dat de ontwikkeling van energieprojecten stagneert. Regio’s vragen om doorbraken op voortslepende knelpunten, betere financiële prikkels om netcongestie aan te pakken en een helder nationaal verhaal over nut en noodzaak van de energietransitie.
Wind en zon verder in de wacht, terwijl meer opwek nodig is
In 30 regio's werken provincies, gemeenten en waterschappen samen met netbeheerders, inwoners en bedrijven aan de opwek van duurzame elektriciteit. De ontwikkeling van wind- en zonne-projecten stagneert. De oorzaken daarvan zijn dezelfde als voorgaande jaren: netcongestie, het uitblijven van nieuwe milieunormen voor windenergie, beperkt draagvlak en onrendabele businesscases. Zelfs oude turbines dreigen te worden afgebroken zonder dat nieuwe daarvoor in de plaats komen. Ondertussen groeit de urgentie. Richting 2040 is ongeveer twee keer zoveel windenergie op land nodig als nu, en drie keer zoveel zonne-energie. Regio’s kijken al langer naar de periode ná 2030. Zij hebben daarvoor een realistisch beeld nodig van beschikbare duurzame energiebronnen. Plus een helder doel voor wind- en zonne-energie op land na 2030, als onderdeel van het hele energiesysteem.
Meer lokale energie vraagt stevige doorbraken
Zelf energie opwekken en delen maakt de samenleving minder afhankelijk van buitenlandse import en prijsschommelingen op de wereldmarkt. Lokale warmte, flexibel energiegebruik, opslag en duurzame opwek dichtbij de vraag kunnen zorgen voor lokale betrouwbare energie. Toch komen deze in de praktijk vaak moeilijk van de grond. Daarom zijn richting 2040 en 2050 stevige doorbraken en politieke keuzes nodig. Zoals een snelle keuze over nieuwe milieunormen voor windenergie en verbeteren van de businesscases door aanpassing van de SDE++ en andere subsidies. Maar ook het stimuleren van warmtenetten en meer planologische sturingsmogelijkheden voor decentrale overheden.
Helder verhaal over nut en noodzaak en rol van energiebronnen
De energietransitie is ingrijpend. Opwek is zichtbaar in het landschap, warmte komt tot achter de voordeur en netcongestie wordt steeds meer voelbaar op het bedrijventerrein en in de wijk. Een aanvullende opgave voor wind- en zonprojecten na 2030 vraagt solidariteit tussen regio's en een open gesprek met inwoners en andere betrokkenen. Gemeenten en provincies staan dagelijks voor de uitdaging om die impact uit te leggen. Zij hebben behoefte aan een helder nationaal verhaal gebaseerd op het Nationaal Plan Energiesysteem. Een verhaal dat duidelijkheid geeft over nut en noodzaak van de energietransitie en dat uitleg biedt over de rol van bijvoorbeeld waterstof, kleine kernreactoren en warmtenetten in die transitie.
Netcongestie: oplossingsrichtingen vanuit de regiopraktijk
Netcongestie is één van de grote belemmeringen op weg naar meer lokale energie. Regio’s willen graag dat zij, maar ook provincies, gemeenten en netbeheerders meer inzicht krijgen in elkaars data en concrete plannen. Ook zou het vermijden van netcongestie financieel beloond moeten worden. Collectieve oplossingen zoals warmtenetten en batterijopslag kunnen helpen netcongestie te vermijden op momenten dat er geen of weinig netcapaciteit is. Maar dat wordt niet meegenomen in het financiële plaatje: zo ontbreekt de prikkel om hierin te investeren. Verder kan het inzetten van de experimenteerbepaling uit de Omgevingswet helpen om tijdelijk af te wijken van knellende regels. Zo kan in de praktijk getest worden wat wel en niet werkt.
Er moet nog veel gebeuren om woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit tijdig van energie te voorzien. Peter Derk Wekx, directeur Nationaal Programma RES: “Het jaar 2030 begint over drie-en-een-half jaar. In het energiesysteem, waar projecten tot twaalf jaar kunnen duren, is dat zo goed als de dag van morgen. Wie in 2040 wil oogsten, moet vandaag beginnen.”
Bekijk de Foto juli 2026

Achtergrond
Meer informatie bij Nicky Struijker Boudier, n.boudier@npres.nl of 06-15062601
Het Nationaal Programma RES ondersteunt de 30 regio’s bij het maken en uitvoeren van hun Regionale Energiestrategie. NP RES geeft twee keer per jaar een blik op waar de 30 RES-regio’s staan op weg naar 2030. Deze stand van zaken (de Foto van juli 2026) is gebaseerd op informatie van de regio’s en gesprekken met de regio’s.
Decentrale overheden vormden 30 regio’s die in 2021 hun eerste Regionale Energiestrategie (RES) maakten. Zij voeren de RES stap voor stap uit en herijken die waar nodig. Gemeenten, provincies en waterschappen werken in de regio’s samen met inwoners, maatschappelijke partijen, energiecoöperaties, netbeheerders en het rijk. Primaire focus is het realiseren van hernieuwbare energie op land en het zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden. Omdat verschillende onderdelen van de energietransitie – zoals opwek, warmtenetten en infrastructuur – nauw samenhangen, kijken regio’s inmiddels naar het energiesysteem als geheel. Zij werken aan Energietafels, in Energieregio’s en aan Energieaanpakken.