Regionale Energie Strategie

Column Eva Wolf: De waarde van weerstand

07-09-2020 546 keer bekeken

Hoe kunnen conflicten energie geven aan de energietransitie? Eva Wolf, docent en onderzoeker aan de Universiteit Tilburg, schrijft in haar column over de waarde van weerstand en conflict in de energietransitie.

In het Nederlandse beleid rondom de energietransitie staat samenwerking centraal. Samenwerking tussen overheidslagen in verticale zin, omdat het klimaat zich nu eenmaal niet conformeert aan bureaucratische structuren: het lokale en het boven-lokale hebben elkaar nodig. Samenwerking tussen overheden in horizontale zin, omdat het klimaat zich nu eenmaal niet conformeert aan territoriale grenzen: aanpakken werken beter wanneer er enige afstemming plaatsvindt tussen gebieden die elkaar grenzen. En samenwerking tussen overheid en wat we voor het gemak maar even ‘niet-overheid’ noemen, omdat, om in het bestuurlijk jargon te spreken, er ‘draagvlak’ nodig is om ingrijpende veranderingen van het type dat de energietransitie vergt door te voeren. Wat draagvlak precies is en hoe je weet dat je het hebt, dat weet niemand. Maar het verwijst naar zoiets als steun voor, of toch tenminste acceptatie van, of, als je nog wat meer tussen de regels doorleest en kritisch doorvraagt, de afwezigheid van conflict of weerstand tegen. En zo worden samenwerking en conflict in het beleidsjargon al snel tot elkaar tegenovergestelden gemaakt. Samenwerking als goed, als drijfveer van vooruitgang, en conflict als slecht, als barrière op de weg naar implementatie, en als iets dat erop wijst dat de gekozen bestuurlijke arrangementen niet werken.

De termen conflict en weerstand hebben dan ook een nare bijsmaak. Zo naar dat we de woorden liever niet in de mond nemen in het Nederlandse beleidsjargon. Het heeft soms wat weg van het halsstarrig spreken over ‘uitdagingen’ in plaats van over ‘problemen’, ook al heeft de situatie in kwestie toch echt meer weg van een ‘moeilijkheid’ of een ‘op te lossen vraagstuk’ (de definitie van een probleem) dan van een ‘oproep of uitnodiging’ of ‘iets dat inspireert omdat het moeilijk is’ (de definitie van een uitdaging). Het is dan ook niet verassend dat in het klimaatakkoord, om maar even een voorbeeld te nemen, het woord samenwerking maar liefst 137 keer voorkomt terwijl het woord conflict slechts drie keer voorkomt. Oftewel: bladerend door het klimaatakkoord zou je gemiddeld elke twee pagina’s lezen over samenwerking, en zo’n één keer per 80 pagina’s iets lezen over conflict. En dat terwijl conflict een neutraal begrip is. Een conflict kan, net zoals samenwerking overigens, zowel goed zijn als slecht. Sterker nog: bij goede samenwerking horen conflicten en voor goede conflicten is ook enige samenwerking vereist.  Het is zonde dat aan het voeren van goede conflicten in de energietransitie niet dezelfde aandacht wordt besteed als aan het voeren van een goede samenwerking. Beter een goed conflict, is de stelling die ik poneer, dan een slechte samenwerking.

Voor het voeren van goede conflicten is een negatief en een positief argument. Het negatieve argument geldt dat wanneer er geen aandacht wordt besteed aan conflicten, dat niet betekent dat conflicten er niet zijn. Ook al ga je conflicten zo veel mogelijk uit de weg, of negeer je ze om de harmonie te bewaren, ze verdwijnen daarmee niet. Sterker nog: genegeerd hebben conflicten alle ruimte om te groeien en mogelijk destructief te worden. Genegeerde conflicten zijn dus conflicten die in de schaduw blijven dooretteren. Dat is het negatieve argument om in te zetten op het voeren van goede conflicten. Het positieve argument luidt dat wanneer conflicten goed gevoerd worden, de positieve eigenschappen van conflicten benut kunnen worden. Wanneer mensen zich ergens over boos maken signaleert dat een behoorlijke dosis betrokkenheid: alleen als iets je aan het hart gaat maak je je er immers druk om. Conflicten brengen dus een portie gratis engagement met zich mee waar veel peperdure participatieprocedures jaloers op kunnen zijn. Daarnaast ontstaat innovatie vaak bij de gratie van frictie. Pas als het schuurt en bestaande denkbeelden in vraag worden gesteld ontstaat er ruimte voor nieuwe, betere, ideeën. Zonder wrijving geen glans. Het positieve argument om goede conflicten te voeren is dus dat ze een motor kunnen zijn achter betrokkenheid en creativiteit. Met andere woorden: goed gevoerde conflicten kunnen energie geven aan de energietransitie. Het opstellen van de Regionale Energie Strategieën, een proces waarin het creëren van ‘beweging’ wordt gezien als belangrijk doel, zou bij uitstek gezien kunnen worden als een proces dat zo’n motor wel kan gebruiken.

Het voeren van goede conflicten vergt dat de relaties tussen partijen goed zijn, zodat er ruimte is voor een open gesprek over de inhoud van beleid en over het proces om tot die inhoud te komen. Wanneer er, andersom geredeneerd, geen ruimte is in een gesprek om beleidsinhoud en beleidsproces ter discussie te stellen, en zeker wanneer dat gebrek aan ruimte wordt weggemoffeld, kunnen de relaties tussen de partijen snel verzuren. Er is weinig zo slecht voor het vertrouwen tussen partijen als wanneer de belofte wordt gemaakt dat keuzes nog niet vastliggen, maar dit stiekem wel het geval blijkt.

Dat roept de vraag op: Hoeveel ruimte is er de RES om een open gesprek te voeren over beleidsinhoud en beleidsproces? Hoe kan de ruimte die er is bewaakt worden, of, indien het antwoord is dat er minder ruimte lijkt dan idealiter het geval, is er dan een manier om toch zoveel mogelijk ruimte te creëren om conflicten over beleidskeuzen zo goed mogelijk te voeren?

Over samenwerking wordt al veel gesproken binnen de Nederlandse energietransitie. Ik zou willen oproepen het gesprek ook nadrukkelijker te voeren over conflicten. Om het woord niet krampachtig uit de weg te gaan. Om de waarde te zien in partijen die zich boos maken over beleidsplannen, in plaats van ze te beschouwen als obstakels op de weg naar implementatie. Conflicten komen er toch wel, binnen de regio’s, tussen de regio’s, tussen het lokale en bovenlokale niveau, en, ongetwijfeld, met inwoners van de regio’s. Inwoners die zich begrijpelijkerwijs bezorgd en misschien zelfs wel boos maken over veranderingen waarvan zij last kunnen ondervinden. Het in de kiem smoren van die conflicten werkt vaak niet, en zorgt er bovendien voor dat conflict niet kan worden benut. De vraag die ik zou willen stellen: hoe kunnen goede conflicten op beleidsinhoud en op beleidsproces gevoerd worden binnen de Regionale Energie Strategieën, en wordt escalatie naar een relationeel conflict vermeden?

 

Eva Wolf is docent en onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Zij schreef onder andere het boek 'De Waarde van Weerstand' over de rol van conflict in de besluitvorming rondom de Oosterweelverbinding. 
Cookie-instellingen